
Indonesia
De oversteek van Java naar Bali breekt qua aantal vervoersmiddelen op 1 dag een nieuw record: vanaf het hotel een becak (fiets-taxi) naar het busstation, bus nummer 1 in, overstappen op bus nummer 2, per ferry oversteken naar Bali, bus nummer 3 pakken (ok, ok, de bus ging mee op de ferry, dus het was dezelfde!), en tenslotte een bemo (taxi-busje). We komen 12 uur later redelijk gaar aan in een dorpje wat als bijnaam ‘Snore’ heeft. Het is er inderdaad redelijk rustig en na een simpele maaltijd en een strandwandeling houden we het voor gezien.
De volgende ochtend pakken we de ‘public boat’ naar Nusa Lembongan, een surfer- en duikervriendeljk eilandje net voor de kust van Bali. We delen onze stoelen met watermeloenen en mineraalwaterflessen, want dit is ook de bevoorradingsboot. De volgende 5 dagen zijn redelijk summier samen te vatten: we hangen bij het zwembad en bestellen goedkope fruitshakes en bananenpannenkoeken, ik lees een oud-Nederlandsch boek van Couperus (dit boek is al lang niet meer te verkrijgen in de winkel…wat doet dat ineens in de boekenkast van ons hostel?), en we drinken Bintang biertjes tijdens zonsondergang op het strand. Ook gaan we een dag duiken en zwemmen tussen machtig mooie manta rays van wel 3 meter groot. Deze oversized roggen vliegen door het water als vogels in de lucht.
Nadat we beiden met zekerheid chill-niveau 10 hebben bereikt, en niks meer ‘moet’, steken we op vrijdag de 13e de zee over, terug naar Bali. Gelukkig zijn we niet bijgelovig, ook al ziet de lokale jukung boot er wat gammel uit, schijnen er ineens hele hoge golven te kunnen ontstaan in de ferry channel en raadt de reisgids ons af deze route naar het noorden af te leggen. Alles gaat goed, we worden bruin op het dek en we komen aan in de funky backpacker town Padangbai.
We verkennen het strand met de zeer originele naam White Sand Beach en ik spring het water in om te kijken wat voor vissen er te zien zijn in deze baai. Het onderwaterleven is werkelijk adembenemend mooi (gelukkig heb ik wel een snorkel om te kunnen ademen…) en we besluiten ons meteen in te schrijven om te gaan duiken de volgende dag.
Een privé jukung bootje zet ons af bij de 1e duiklocatie van de dag bij Blue Lagoon. Met behulp van een vergrootglas zijn de nudibranches (alien naaktslakken met fluorescerende kleuren, Google maar!) goed te zien. Een hele nieuwe ervaring is het zien van een onderzeeër-attractie met 24 Japanners aan boord. Leuk om net alsof te doen dat je verdrinkt (schijnt). Bij terugkomst bij het duikresort krijgen we een uberheerlijke maaltijd, gratis fruitshake, nemen we een dip in de pool, en testen de zonnebeden nog even (we geven toe, soms gedragen wij ons wel als parasieten, we betalen geeneens voor dit resort). Op de 2e duikdag gaan we naar het SS Liberty wrak, een 120m lang schip wat net voor de kust te zinken is gebracht tijdens de 1e WO. Ongelofelijk hoeveel leven zich daar heeft weten te verzamelen sindsdien.
En dan het spirituele hoogtepunt van elke Bali reis, het decor voor de vermoeiende film Eat Pray Love. Het is Ubud, iets wat ooit een rustig dorpje was te midden van de rijstvelden in de binnenlanden van Bali. Maar nu een hippie oord is voor roze-yoga-broek dragende veganisten die menen dat ze verlichting hebben bereikt. Per scooter de omgeving verkennen levert slechts een paar mooie shots op van rijstvelden, de rest van het uitzicht verpest door elektriciteitskabels, eindeloos durende bebouwde kom, en duizenden scooters. De uitlaatgassen zijn ook geen pretje.
Voor mij is het hoogtepunt van ons verblijf mijn Spa Treatment Day. Een 4 uur durende reeks van massages, scrubs, een bloemenbad, pedicure en facial treatment in mijn private spa room met jungle tuin, en heel wat voedingsmiddelen die een reinigende nevenfunctie blijken te hebben (yoghurt exfoliatie, kurkuma scrub, komkommermasker, etc) doen mij als herboren voelen. Een afsluitende maaltijd in een vegetarische warung bij ons in de straat leveren heel wat grapjes op. Wat wil je als je een drankje bestelt, en een glas krijgt met tamarinde, gember, limoensap van een eco-friendly lime farm, soda water met dolfijnvriendelijke bubbels en dit alles mag opslurpen door middel van een bruin veganistisch bamboe rietje?
Na het afwegen van alle opties besluiten we toch de laatste paar dagen door te brengen in Kuta. Een hel voor velen, maar we kunnen het niet laten om nog één keer de South East Asia backpacker scene op te zoeken. Bintang t-shirts, korte spijkerbroekjes, foute clubs en veel bier. Ach, straks zijn we Azië uit en dan missen we het allemaal weer. Het is hier goedkoop, het strand is mooi en we kijken naar stuntelende surfers. Wij gaan het lekker in Australië proberen.

Weer een boeiend verslag. Het blijft genieten om jullie verslagen te lezen en de foto’s te bewonderen.